Puppygedrag begrijpen – waarom pups nog niet alles kunnen

Een puppy is lief, schattig en nieuwsgierig – maar soms ook bijterig, onrustig, of juist bang voor nieuwe dingen. Veel mensen hebben hoge verwachtingen van hun pup: hij moet snel zindelijk zijn, netjes meelopen, luisteren naar zijn naam, en vooral… geen problemen veroorzaken. Maar net als bij kinderen, is ook het brein van een pup nog volop in ontwikkeling. En dat vraagt om geduld, herhaling en realistische doelen.

Hoe ver is een puppy eigenlijk ‘af’?
Bij de geboorte zijn pups blind, doof en volledig afhankelijk van hun moeder. Pas vanaf drie weken beginnen ze hun omgeving echt te verkennen. Tegen de tijd dat ze naar huis mogen (meestal rond 8 weken), hebben ze nog maar nét geleerd hoe de wereld werkt.

Belangrijke hersendelen – zoals die voor impulscontrole, geheugen en sociale regulatie – ontwikkelen zich pas in de maanden daarna. Verwacht dus niet dat een pup van 10 weken al ‘weet wat mag en niet mag’. Hij kan het simpelweg nog niet bevatten of onthouden.

Pups leren in fases – net als kinderen
Een pup leert niet lineair, maar in sprongetjes. Soms lijkt hij ineens alles te snappen (zindelijk, alleen blijven, wandelen), en een week later lijkt hij alles vergeten. Dat is normaal.

Daarnaast kent een pup gevoelige leerfasen:

  • 8–12 weken: Socialisatie – kennismaken met mensen, dieren, geluiden, ondergronden.

  • 12–16 weken: Zelfbeheersing – beginnen met wachten, niet overal opspringen.

  • 4–6 maanden: Puberfase start – impulscontrole daalt, grenzen worden getest.

  • 6–9 maanden: Zelfvertrouwen groeit, maar gedrag kan onvoorspelbaar worden.

Wat mag je wél verwachten van een pup?
In plaats van te focussen op wat nog niet lukt, kijk naar wat wél mogelijk is:

✅ Korte concentratie: 1-2 minuutjes trainen is voldoende
✅ Snuffelen en ontdekken: dat is leren met de neus
✅ Structuur en voorspelbaarheid: helpt bij zindelijkheid
✅ Opbouwen van alleen-zijn: in mini-stapjes
✅ Rust leren nemen: met een kleedje, niet door hem uit te putten

Het draait niet om perfectie, maar om positieve ervaring opdoen.

Veelgemaakte fouten bij het trainen van pups

  1. Te lang oefenen

    Pups raken snel mentaal moe. Korte sessies met veel beloning zijn effectiever dan één lange les.

  2. Straffen voor normaal gedrag

    Bijten, blaffen of trekken zijn normaal voor pups. Corrigeren helpt zelden. Leid af, bied alternatief gedrag aan, en beloon wat goed gaat.

  3. Overprikkeling negeren

    Teveel prikkels = druk gedrag of juist terugtrekken. Bied voldoende rustmomenten aan, liefst op een vaste plek.

  4. Vergelijken met andere honden

    Elke pup is uniek. De ene leert snel ‘zit’, de ander voelt zich eerder op zijn gemak met bezoek. Tempo mag verschillen.

Hoe help je jouw pup op de juiste manier?

  • 🧠 Gebruik hersenwerk of een voerpuzzel i.p.v. wilde spelletjes

  • 💤 Laat je pup 18–20 uur per dag rusten/slapen

  • 🍖 Gebruik voer als beloning bij gewenst gedrag

  • 🐾 Herhaal álles rustig, en verwacht geen directe perfectie

🔸 Zit je met je handen in het haar met je pup? We geven aan-huis begeleiding om je pup een goede start te geven.